Tegretol Cr Divitabs 50 X 200mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Tegretol Cr Divitabs 50 X 200mg

  € 8,35

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 8,35
Op voorraad

Tegretol mag enkel onder medisch toezicht toegediend worden. Tegretol mag slechts na een strenge evaluatie van de baten/risico verhouding en onder streng toezicht voorgeschreven worden bij patiënten met antecenten van hart‑, lever‑ of nierletsels, met ongewenste hematologische reacties op andere geneesmiddelen, of bij wie Tegretol kuren onderbroken werden.

Hematologische effecten Er werden in verband met Tegretol gebruik gevallen gerapporteerd van aplastische anemie en van agranulocytose. Gezien de zeer lage incidentie van deze aandoeningen, is het echter moeilijk het potentieel risico veroorzaakt door Tegretol te evalueren. Het algemeen risico bij een niet-behandelde populatie werd geschat op approximatief 4,7 gevallen per miljoen en per jaar voor agranulocytose, en op 2,0 gevallen per miljoen en per jaar voor aplastische anemie. Een voorbijgaande of persisterende vermindering van het aantal thrombocyten of witte bloedcellen uit zich af en toe of vaak tijdens het gebruik van Tegretol. Deze effecten zijn nochtans in de meeste gevallen van voorbijgaande aard en het is weinig waarschijnlijk dat zij indicatief zijn voor het ontstaan van een aplastische anemie of een agranulocytose. Toch is het gepast dat volledige bloedtellingen uitgevoerd worden, inclusief thrombocyten en indien mogelijk van reticulocyten en van serumijzer vóór een behandeling met Tegretol, en daarna periodisch. Als het aantal thrombocyten of witte bloedcellen laag blijft of vermindert tijdens de behandeling, moeten zowel de patiënt als zijn bloedbeeld van zeer dichtbij geobserveerd worden. De Tegretol toediening moet stopgezet worden bij de eerste belangrijke symptomen van aplasia medullaris. De patiënt moet op de hoogte gebracht worden van vroegtijdige verraderlijke toxische tekenen en symptomen van een eventueel hematologisch probleem, en ook van symptomen van dermatologische ‑ of leverreacties. Bij optreden van reacties zoals koorts, keelpijn, rash, mondulceraties, gemakkelijk voorkomende bloeduitstorting, petechiën of purpura, moet men de patiënt aanraden onmiddellijk zijn arts te raadplegen.

Ernstige dermatologische reacties Ernstige en soms levensbedreigende huidreacties, het Stevens-Johnsonsyndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN; ook gekend als het Lyell syndroom) zijn gerapporteerd bij gebruik van Tegretol. Die reacties treden naar schatting op bij 1-6 per 10.000 nieuwe gebruikers in landen met een overwegend blanke populatie, maar het risico in sommige Aziatische landen zou ongeveer 10-maal hoger zijn. Er zijn almaar meer aanwijzingen dat verschillende HLA-allelen patiënten predisponeren tot immuungemedieerde bijwerkingen (zie rubriek 4.2). Voor patiënten met ernstige dermatologische reacties kan hospitalisatie noodzakelijk zijn, aangezien deze aandoeningen levensbedreigend en dodelijk kunnen zijn. De patiënten moeten weten wat de tekenen en symptomen zijn, en moeten nauwgezet worden gevolgd op huidreacties. Het risico op optreden van een SJS of TEN is het hoogst tijdens de eerste maanden van de behandeling. Als er symptomen of tekenen van SJS of TEN optreden (bijv. progressieve huiduitslag, vaak met blaarvorming of slijmvliesletsels), moet de behandeling met Tegretol onmiddelijk worden stopgezet en moet een alternatieve therapie overwogen worden. Een vroege stopzetting gaat gepaard met een betere prognose. Als de patiënt een SJS of TEN heeft ontwikkeld bij gebruik van Tegretol, mag de patiënt Tegretol nooit meer opnieuw krijgen.

HLA-B1502-allel bij Han-Chinese, Thaise en andere Aziatische volkeren Retrospectieve studies bij patiënten van Han Chinese en Thaise afkomst toonden een sterke correlatie aan tussen SJS/TEN-huidreacties geassocieerd met carbamazepine en de aanwezigheid bij deze patiënten van het Humane Leukocyte Antigeen (HLA)-B1502-allel. De frequentie van het HLA-B1502-allel bedraagt ongeveer 10% bij Han-Chinese populaties en in Thaise populaties. In bepaalde landen in Azië (bv. Taiwan, Maleisië en de Filippijnen), waar er een grotere frequentie is van het HLA-B1502-allel in de populatie, werden hogere percentages van SJS (eerder zeldzaam dan zeer zeldzaam) gerapporteerd. Er zijn gegevens die erop wijzen dat er een verhoogd risico bestaat op een ernstig met carbamazepine samenhangend TEN/SJS bij andere Aziatische volkeren. Gezien de prevalentie van dat allel in andere Aziatische populaties (bijv. hoger dan 15% in de Filippijnen en Maleisië) kan worden overwogen om populaties die genetisch een risico lopen, te testen op aanwezigheid van HLA-B1502. De prevalentie van het HLA-B1502-allel is verwaarloosbaar bij personen van Europese afstamming, verschillende Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse inheemse inwoners van Noord- en Zuid-Amerika, en Amerikanen van Latijns-Amerikaanse, Portugese of Spaanse afkomst en bij Japanners en Koreanen (< 1%). De hier vermelde frequenties geven het percentage chromosomen in de gespecificeerde populatie weer die het betrokken allel dragen, dat betekent dus dat het percentage patiënten dat een kopie van het allel heeft op minstens één van de twee chromosomen (d.w.z. de "dragerfrequentie"), bijna tweemaal zo hoog is als de frequentie van het allel. Het percentage patiënten dat een risico loopt, is dus bijna tweemaal zo hoog als de frequentie van het allel. Voor de start van een behandeling met Tegretol, moet controle op de aanwezigheid van het HLA-B1502-allel overwogen worden bij patiënten met voorouders uit een genetische risicopopulatie (zie rubriek 4.2). Het gebruik van Tegretol moet vermeden worden bij gecontroleerde patiënten die positief bevonden werden voor HLA-B1502, tenzij de voordelen duidelijk zwaarder doorwegen dan de risico's. HLA-B1502 kan een risicofactor zijn voor de ontwikkeling van SJS/TEN bij Chinese patiënten die andere anti-epileptica (AED) nemen die geassocieerd worden met SJS/TEN. Daarom moet aandacht geschonken worden om het gebruik van andere geneesmiddelen, die geassocieerd worden met SJS/TEN te vermijden bij HLA-B1502-positieve patiënten, wanneer alternatieve therapieën in andere opzichten ook aanvaardbaar zijn. Screening wordt algemeen afgeraden bij patiënten van populaties bij wie de prevalentie van HLA-B1502 klein is. Over het algemeen wordt screening afgeraden voor huidige Tegretol-gebruikers, aangezien het risico op SJS/TEN voornamelijk beperkt is tot de eerste maanden van de therapie, ongeacht de HLA-B1502-status. De identificatie van individuen die drager zijn van het HLA-B*1502 allel en het vermijden van therapie met carbamazepine in deze individuen, heeft bewezen de incidentie van carbamazepine-geïnduceerde SJS/TEN te verminderen.

HLA-A3101-allel - populaties van Europese afkomst en Japanse populaties Er zijn gegevens die erop wijzen dat HLA-A3101 het risico op door carbamazepine veroorzaakte bijwerkingen op de huid waaronder SJS, TEN, medicamenteuze rash met eosinofilie (DRESS) of een minder ernstige acute veralgemeende exanthemateuze pustulose (AGEP) en maculopapuleuze uitslag verhoogt (zie rubriek 4.8) bij mensen van Europese afkomst en Japanners. De frequentie van het HLA-A3101-allel verschilt sterk naargelang van het ras. De prevalentie van HLA-A3101-allel bedraagt 2 tot 5% in Europese volkeren en ongeveer 10% in de Japanse bevolking. Aanwezigheid van het HLA-A3101-allel kan het risico op huidreacties op carbamazepine (meestal minder ernstig) verhogen van 5,0% in de algemene bevolking tot 26,0% bij patiënten van Europese voorouders en afwezigheid van dat allel kan het risico verlagen van 5,0% tot 3,8%. Er zijn onvoldoende gegevens om screening op HLA-A3101 aan te bevelen voor een behandeling met carbamazepine wordt gestart. Bij patiënten van Europese afkomst of Japanse herkomst van wie bekend is dat ze positief zijn op het HLA-A*3101-allel, mag het gebruik van carbamazepine worden overwogen als de voordelen opwegen tegen de risico's. De hier vermelde frequenties geven het percentage chromosomen in de gespecificeerde populatie weer die het betrokken allel dragen, dat betekent dus dat het percentage patiënten dat een kopie van het allel heeft op minstens één van de twee chromosomen (d.w.z. de "dragerfrequentie"), bijna tweemaal zo hoog is als de frequentie van het allel. Het percentage patiënten dat een risico loopt, is dus bijna tweemaal zo hoog als de frequentie van het allel.

Beperking van genetische screening Genetische screeningresultaten mogen nooit vervangen worden door aangepaste klinische waakzaamheid en patiëntenzorg. Vele Aziatische patiënten die HLA-B1502-positief zijn en behandeld worden met Tegretol, zullen geen SJS/TEN ontwikkelen, en HLA-B1502-negatieve patiënten van eender welke ras kunnen nog steeds SJS/TEN ontwikkelen. Gelijkaardig, zullen vele patiënten die positief zijn voor HLA-A3101 en de behandeld worden met Tegretol geen SJS, TEN, DRESS, AGEP of maculopapulaire rash onwtikkelen en kunnen patiënten van eender welk ras die negatief zijn voor HLA-A3101 toch deze ernstige huidaandoeningen ontwikkelen. De rol van andere mogelijke factoren in de ontwikkeling en morbiditeit van deze ernstige huidaandoeningen, zoals anti-epileptica, therapietrouw, bijkomende medicatie, comorbiditeiten en het niveau van dermatologische opvolging werden niet bestudeerd.

Informatie voor de professionele gezondheidszorgverstrekker Indien de screening op de aanwezigheid van het HLA-B1502 allel moet uitgevoerd worden, wordt hoge-resolutie "HLA-B1502 genotype bepaling" aanbevolen. De screentest is positief als zowel één of twee HLA-B1502 allel(en) gedetecteerd worden en is negatief als geen HLA-B1502 allelen gedetecteerd worden. Gelijkaardig, indien de screening op de aanwezigheid van het HLA-A3101 allel moet uitgevoerd worden, wordt hoge-resolutie "HLA-A3101 genotype bepaling" respectievelijk aanbevolen. De screentest is positief als zowel één of twee HLA-A3101 allel(en) gedetecteerd worden en is negatief als geen HLA-A3101 allelen gedetecteerd worden.

Andere dermatologische reacties Goedaardige huidreacties, zoals een geïsoleerde maculair of maculo-papulair exantheem, kunnen zich ook voordoen en zijn meestal van voorbijgaande aard en zonder gevaar. Deze verdwijnen meestal na enkele dagen of weken zonder dat hierom de behandeling dient onderbroken te worden, of na een verlaging van de posologie. Hoe dan ook, aangezien het moeilijk kan zijn om de eerste tekenen van meer ernstige huidreacties te onderscheiden van milde voorbijgaande reacties, moet de patiënt niettemin onderworpen worden aan een nauwlettend toezicht, met het in acht nemen van de onmiddellijke stopzetting van de toediening van de medicatie als de reactie zou verergeren bij voortgezet gebruik. Het HLA-A3101 allel is bevonden geassocieerd te zijn met minder ernstige huidaandoeningen ten gevolge van carbamazepine en kan het risico op deze bijwerkingen, zoals anti-stuipmiddel overgevoeligheidssyndroom ("anticonvulsant hypersenitivity syndrome") of niet-ernstige rash (maculopapulaire eruptie), voorspellen. Daarentegen, is het niet bevonden dat het HLA-B1502-allel het risico kan voorspellen op voornoemde huidaandoeningen.

Overgevoeligheid Klasse I (onmiddellijke) overgevoeligheidsreacties waaronder huiduitslag, pruritus, urticaria, angio-oedeem en meldingen van anafylaxie zijn gemeld met Tegretol. Als een patiënt deze reacties ontwikkelt na behandeling met Tegretol, moet het geneesmiddel worden stopgezet en moet een alternatieve behandeling worden gestart. Tegretol kan overgevoeligheidsreacties uitlokken zoals medicamenteuze rash met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), een uitgestelde overgevoeligheidsreactie van meerdere organen met koorts, huiduitslag, vasculitis, lymfadenopathie, pseudolymfoom, gewrichtspijn, leukopenie, eosinofilie, hepatosplenomegalie, abnormale leverfunctietests en een teloorgang van de galwegen (vanishing bile duct syndrome), die in verschillende combinaties kunnen optreden. Er kunnen nog andere organen worden aangetast (bijv. longen, nieren, pancreas, myocard, colon) (zie rubriek 4.8 Bijwerkingen). Het HLA-A*3101 allel werd bevonden geassocieerd te zijn met voorkomen van overgevoeligheidssyndroom, zoals maculopapulaire rash. Patiënten die overgevoeligheidsreacties vertoonden op carbamazepine moeten ervan op de hoogte worden gesteld dat ongeveer 25 tot 30% van deze patiënten overgevoeligheidsreacties met oxcarbazepine (Trileptal) kan ervaren. Er kan zich een gekruiste overgevoeligheid voordoen tussen carbamazepine en aromatische anti-epileptica (bijv. fenytoïne, primidone en fenobarbital). Over het algemeen moet Tegretol onmiddellijk worden stopgezet als er tekenen en symptomen optreden die wijzen op overgevoeligheidsreacties.

Aanvallen Tegretol moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten met aanvallen van gemengde typologie, inclusief typische of atypische absentie-aanvallen. In al deze gevallen kan Tegretol de aanvallen verergeren. Bij verergering van aanvallen moet de toediening van Tegretol worden stopgezet.

Leverfunctie Tijdens de behandeling met Tegretol, is het aangeraden een eerste evaluatie en periodische evaluaties uit te voeren van de leverfunctie, in het bijzonder bij patiënten met een voorgeschiedenis van hepatopathie en bij bejaarde patiënten. De toediening van Tegretol moet onmiddellijk stopgezet worden in geval van verergering van de leverfunctiestoornis of van actieve hepatopathie.

Nierfunctie Het is aangeraden een volledige basisurine‑analyse en bloedureumstikstof-bepaling (BUN) uit te voeren, vóór het begin van de behandeling, daarna op regelmatige tussentijden.

Hyponatriëmie Carbamazepine kan hyponatriëmie veroorzaken. Bij patiënten met een vooraf bestaande nieraandoening die gepaard gaat met een laag natrium, en bij patiënten die tevens natriumverlagende geneesmiddelen krijgen (bijv. diuretica, geneesmiddelen die een syndroom van ongepaste ADH-secretie veroorzaken), moeten de serumnatriumspiegels worden gemeten voor het starten van de behandeling met carbamazepine. Daarna moeten de serumnatriumspiegels worden gemeten na ongeveer twee weken en vervolgens maandelijks gedurende de eerste drie maanden tijdens behandeling of volgens de klinische noodzaak. Die risicofactoren gelden vooral bij oudere patiënten. Als hyponatriëmie wordt waargenomen, is waterrestrictie een belangrijke tegenmaatregel, indien klinisch geïndiceerd.

Hypothyreoïdie Carbamazepine kan de serumconcentraties van schildklierhormonen verlagen via enzyminductie zodat de dosering van de schildkliersubstitutietherapie moet worden verhoogd bij patiënten met een hypothyreoïdie. Daarom wordt aanbevolen de schildklierfunctie te controleren om de dosering van de schildkliersubstitutietherapie aan te passen.

Anticholinergische effecten Tegretol bezit een zwakke anticholinergische werking; om deze reden moeten patiënten met een verhoogde intraoculaire druk en urinaire retentie van nabij gevolgd worden gedurende de behandeling.

Psychiatrische effecten Er dient rekening gehouden te worden met de mogelijke activering van een latente psychose en, bij bejaarde patiënten, van mentale confusie of agitatie.

Suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag Suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag zijn gemeld bij patiënten behandeld met anti-epileptica en dit voor diverse indicaties. Een meta-analyse van gerandomiseerde placebogecontroleerde studies over anti-epileptica heeft een licht verhoogd risico op suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag aangetoond. Het mechanisme van dit risico is niet gekend en de beschikbare gegevens sluiten de mogelijkheid van een verhoogd risico met Tegretol niet uit. Patiënten dienen daarom te worden gecontroleerd op tekenen van suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag en een geëigende behandeling dient te worden overwogen. Patiënten (en hun verzorgers) dienen geadviseerd te worden medisch hulp te vragen bij het verschijnen van tekenen die wijzen op suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag.

Endocrinologische effecten Er werd melding gemaakt van baarmoederbloeding (metrorragie) bij vrouwen onder hormonale contraceptiva die Tegretol nemen; de betrouwbaarheid van hormonale contraceptiva kan door Tegretol negatief worden beïnvloed en men zou de vrouwen van vruchtbare leeftijd, moeten aanraden om andere contraceptiva te gebruiken wanneer zij Tegretol gebruiken. Door de enzyminductie kan Tegretol het therapeutisch effect van geneesmiddelen die oestrogenen en/of progesteron bevatten, storen (bv. ontregeling van de anticonceptie).

Vrouwen die zwanger kunnen worden Carbamazepine kan schade aan de foetus veroorzaken wanneer het wordt toegediend aan een zwangere vrouw. Prenatale blootstelling aan carbamazepine kan het risico op ernstige aangeboren afwijkingen en andere negatieve ontwikkelingsuitkomsten verhogen (zie rubriek 4.6). Carbamazepine mag niet worden gebruikt bij vrouwen die zwanger kunnen worden, tenzij het voordeel groter wordt geacht dan de risico's na zorgvuldige overweging van alternatieve geschikte behandelingsopties. Vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten volledig worden geïnformeerd over het mogelijke risico voor de foetus als zij carbamazepine innemen tijdens de zwangerschap. Vóór aanvang van de behandeling met carbamazepine bij vrouwen die zwanger kunnen worden, dient een zwangerschapstest te worden overwogen. Vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten tijdens de behandeling en gedurende twee weken na het stoppen van de behandeling effectieve anticonceptie gebruiken. Vanwege enzyminductie kan carbamazepine leiden tot onvoldoende therapeutisch effect van hormonale anticonceptiva; daarom moeten vrouwen die zwanger kunnen worden, geadviseerd worden over het gebruik van andere effectieve anticonceptiemethoden (zie rubriek 4.5 en 4.6). Vrouwen die zwanger kunnen worden, moet worden geadviseerd hun arts te raadplegen zodra zij van plan zijn zwanger te worden om te bespreken of zij voorafgaand aan de conceptie en voordat de anticonceptie wordt stopgezet, moeten overschakelen op alternatieve behandelingen (zie rubriek 4.6). Vrouwen die zwanger kunnen worden, moet worden geadviseerd onmiddellijk contact op te nemen met hun arts als zij zwanger worden of denken zwanger te zijn en carbamazepine gebruiken.

Bewaking van plasmaspiegels Hoewel de correlaties tussen de posologie en de plasmaspiegels van carbamazepine enerzijds en tussen de plasmaspiegels en de klinische efficiëntie of tolerantie anderzijds eerder gering zijn, kan een controle van de plasmaspiegels evenwel nuttig zijn in volgende situaties: plotse en belangrijke verhoging van het aantal aanvallen /controle van de therapietrouw; zwangerschap; bij kinderen of adolescenten; bij vermoeden van resorptiestoornissen; bij vermoeden van een toxisch effect in geval van polymedicatie (zie "Interacties").

Vermindering en stopzetting van de dosis Een bruuske stopzetting van een Tegretol behandeling, kan de epilepsieaanvallen doen versnellen, daarom moet carbamazepine geleidelijk over een periode van 6 maanden worden stopgezet. Wanneer een Tegretol behandeling plots moet stopgezet worden bij een patiënt die lijdt aan epilepsie, dient de overgang naar een nieuw anti-epilepticum te gebeuren onder bescherming van een aangepast geneesmiddel.

Vallen Behandeling met Tegretol werd in verband gebracht met ataxie, duizeligheid, slaperigheid, hypotensie, verwardheid en sedatie (zie rubriek 4.8), wat kan leiden tot vallen en bijgevolg breuken of andere letsels. Voor patiënten met ziektes, aandoeningen of geneesmiddelen die deze effecten kunnen verergeren, moet een volledige risicobeoordeling van de val periodiek overwogen worden bij patiënten die onder een langetermijnbehandeling met Tegretol staan.

Hulpstoffen Tegretol tabletten, Tegretol CR tabletten met gereguleerde afgifte en Tegretol siroop bevatten natrium Deze middelen bevatten minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per eenheid, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.

Tegretol CR tabletten met gereguleerde afgifte bevat macrogolglycerolhydroxystearaat Dit middel bevat macrogolglycerolhydroxystearaat. Kan maagklachten en diarree veroorzaken.

Tegretol siroop bevat propyleenglycol, sorbitol en parahydroxybenzoaten Dit middel bevat 125 mg propyleenglycol per 5 ml siroop, overeenkomend met 25 mg per ml. Tegretol siroop mag niet worden gebruikt bij pasgeborenen jonger dan 4 weken voor voldragen baby's (of jonger dan 44 weken postmenstruele leeftijd voor premature baby's), tenzij er geen andere behandelingsoptie beschikbaar is (zie rubriek 4.3). Een hoeveelheid proyleenglycol ≥1 mg/kg/dag verhoogt het risico op accumulatie van de hulpstof propyleenglycol bij pasgeborenen omdat de metabolische en renale excretieroutes nog niet volledig zijn ontwikkeld in deze populatie. Dit kan leiden tot ernstige bijwerkingen zoals metabole acidose, verstoorde nierfunctie (acute tubulusnecrose), acuut nierfalen en verstoorde leverfunctie. Medisch toezicht, inclusief metingen van de osmolar en/of anion gap, wordt aanbevolen bij pasgeborenen jonger dan 4 weken. Gelijktijdige toediening met andere geneesmiddelen die propyleenglycol bevatten of met een substraat van alcoholdehydrogenase, zoals ethanol, verhoogt ook het risico op accumulatie en toxiciteit van propyleenglycol. Het ethyleen en diethyleenglycol aanwezig in het product (zie hieronder) zijn ook substraten van alcoholdehydrogenase. Dit middel bevat 875 mg sorbitol per 5 ml siroop, overeenkomend met 175 mg per ml en mag derhalve niet worden toegediend aan patiënten die zeldzame erfelijke problemen van fructose-intolerantie hebben. Er moet rekening worden gehouden met het additieve effect van gelijktijdig toegediende producten die sorbitol (of fructose) bevatten en inname van sorbitol (of fructose) via de voeding. Sorbitol en propyleenglycol bevatten als residuele oplosmiddelen ethyleen- en diethyleenglycol. Metabolieten van ethyleenglycol kunnen metabole acidose en nierschade veroorzaken. Dit middel bevat parahydroxybenzoaten die allergische reacties kunnen veroorzaken (mogelijk vertraagd).

Epilepsie

  • Partiële aanvallen met complexe of elementaire semeiologie (met of zonder bewustzijnsverlies), met of zonder algehele secundaire generalisatie
  • Veralgemeende tonisch-clonische aanvallen
  • Gemengde vormen van deze aanvallen

Neuralgie

  • Trigeminusneuralgie, essentieel of als gevolg van multipele sclerose (typisch of atypisch)
  • Idiopathische glossopharyngeusneuralgie

Psychose

  • Preventie van manisch-depressieve psychose in geval van intolerantie voor of onvoldoende respons op lithium

De werkzame stof in dit geneesmiddel is carbamazepine (200 of 400 mg).

De andere stoffen in de tabletten zijn: microkristallijne cellulose, natriumcarmellose, colloïdaal siliciumzuur, magnesiumstearaat.

De andere stoffen in de tabletten met gereguleerde afgifte (CR = Controlled Release) zijn: colloïdaal siliciumzuur, ethylcellulose, cetylalcohol, natriumlaurylsulfaat, microkristallijne cellulose, polyacrylaat, magnesiumstearaat, natriumcroscarmellose, talk, hypromellose, macrogolglycerolhydroxystearaat, rood

en geel ijzeroxide (E 172), titaandioxide (E 171).

Dit geldt in het bijzonder voor:

  • Hormonale anticonceptiva, bijvoorbeeld pillen, pleisters, injecties of implantaten.

Bij vrouwen die de "pil" nemen, kan de menstruatie onregelmatig worden.

Tegretol kan de werking van hormonale anticonceptiva beïnvloeden en ze minder werkzaam maken bij het voorkomen van zwangerschap. Bespreek met uw arts welke vorm van anticonceptie het meest geschikt is voor gebruik terwijl u Tegretol gebruikt.

  • Andere anti-epileptica, zoals brivaracetam.
  1. MOGELIJKE BIJWERKINGEN

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. Deze komen meestal voor bij het begin van de behandeling. Deze verdwijnen gewoonlijk na enkele dagen.

Er zijn gevallen gemeld van bot aandoeningen zoals osteopenie en osteoporose (dunner worden van het bot) en breuken. Verifieer met uw arts of apotheker of u op een langetermijnbehandeling met anti-epileptica staat, een voorgeschiedenis van osteoporose heeft, of steroïden neemt.

Raadpleeg onmiddellijk uw arts indien één van de volgende ongewenste effecten optreedt. Het kunnen vroegtijdige tekenen zijn van een ernstige aandoening van het bloed, de lever, de aders of andere organen en vereisen een dringende medische interventie.

 Indien u koorts, keelpijn, huiduitslag, mondzweren, gezwollen klieren heeft of sneller infecties krijgt (tekenen van een tekort aan witte bloedcellen).

 Indien u vermoeidheid, hoofdpijn, ademtekort bij inspanningen, duizeligheid heeft; indien u er bleek uitziet, frequent infecties heeft die tot koorts, verkoudheden, keelpijn of mondzweren leiden; indien u gemakkelijker dan normaal bloedt of blauwe plekken vertoont, indien u neusbloedingen heeft (tekort aan alle bloedcellen).

 Indien u voornamelijk in het aangezicht rode vlekken vertoont in combinatie met vermoeidheid, koorts, misselijkheid, verlies van eetlust (tekenen van systemische lupus erythematodes).

 Indien u gele kleuring van de ogen of van de huid vertoont (tekenen van hepatitis).

 Indien u donkere urine heeft (tekenen van porfyrie of hepatitis).

 Indien u door nierproblemen ernstig verminderde urineproductie, bloed in de urine heeft.

 Indien U erge pijn in de bovenbuik heeft, indien u moet braken of geen honger heeft (tekenen van pancreatitis).

 Indien u huiduitslag, rode huid, gesprongen lippen, ogen of mond, huidschilfering vertoont in combinatie met koorts, verkoudheden, hoest, lichaamspijnen (tekenen van ernstige huidreacties).

• Overgevoeligheid voor de werkzame stof of aan structureel verwante substanties (b.v. tricyclische antidepressiva) of voor een van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
• Patiënten met atrio-ventriculair block (alle stadia).
• Patiënten met een voorgeschiedenis van beenmergdepressie.
• Patiënten met een voorgeschiedenis van hepatische porfyrie (bv. acute intermittente porfyrie, porphyria variegata, porphyria cutanea tarda).
• Het gebruik van Tegretol in combinatie met monoamineoxidase-remmers (MAO-remmers) wordt niet aanbevolen Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie).

Zwangerschap
Risico in verband met anti-epileptische geneesmiddelen in het algemeen
Aan alle vrouwen die zwanger kunnen worden en een anti-epileptische behandeling krijgen, en in het bijzonder aan vrouwen die van plan zijn zwanger te worden en vrouwen die zwanger zijn, moet specialistisch medisch advies worden gegeven over de mogelijke risico's voor de foetus als gevolg van zowel epileptische aanvallen als anti-epileptische behandeling.
Plotselinge stopzetting van de behandeling met anti-epileptica moet worden vermeden, omdat dit kan leiden tot aanvallen die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de vrouw en het ongeboren kind.
Voor de behandeling van epilepsie tijdens de zwangerschap verdient monotherapie waar mogelijk de voorkeur, omdat therapie met meerdere anti-epileptica in verband kan worden gebracht met een hoger risico op aangeboren afwijkingen dan monotherapie, afhankelijk van de betreffende anti-epileptica.

Risico's in verband met carbamazepine
Tegretol passeert de placenta bij de mens. Prenatale blootstelling aan carbamazepine kan de risico's op aangeboren afwijkingen en andere nadelige ontwikkelingsuitkomsten verhogen. Bij de mens wordt de blootstelling aan carbamazepine tijdens de zwangerschap in verband gebracht met een frequentie van ernstige misvormingen die twee tot drie keer zo hoog is als die bij de algemene populatie, bij wie de frequentie 2-3% bedraagt. Bij de kinderen van vrouwen die tijdens de zwangerschap carbamazepine hebben gebruikt, zijn misvormingen gemeld zoals sluitingsdefecten van de neurale buis (spina bifida), craniofaciale afwijkingen zoals een hazenlip/gespleten gehemelte, cardiovasculaire misvormingen, hypospadie, hypoplasie van de vingers, microcefalie en andere afwijkingen in verband met verschillende lichaamssystemen. Gegevens uit een observationeel, populatiegebaseerd registeronderzoek uit de Noordse landen wijzen op een verhoogd risico dat baby's bij de geboorte klein voor de zwangerschapsduur zijn (small for gestational age [SGA], gedefinieerd als een geboortegewicht onder het 10e percentiel voor het geslacht en de zwangerschapsduur) na prenatale blootstelling aan carbamazepine. Het risico op SGA bij kinderen van vrouwen met epilepsie die carbamazepine kregen, bedroeg 12,8%, tegenover 10,9% bij kinderen van vrouwen met epilepsie die geen anti-epileptica kregen. Gespecialiseerde prenatale controle op deze misvormingen en groeibeperking wordt aanbevolen. Er zijn neurologische ontwikkelingsstoornissen gemeld bij kinderen die geboren zijn bij vrouwen met epilepsie die carbamazepine als monotherapie of in combinatie met andere anti-epileptica gebruikten tijdens de zwangerschap. Onderzoeken met betrekking tot het risico op neurologische ontwikkelingsstoornissen bij kinderen die tijdens de zwangerschap aan carbamazepine zijn blootgesteld, zijn tegenstrijdig en een risico kan niet worden uitgesloten.
Carbamazepine mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, tenzij het voordeel groter wordt geacht dan de risico's na zorgvuldige overweging van alternatieve geschikte behandelingsopties. De vrouw moet volledig worden geïnformeerd over en inzicht hebben in de risico's van het gebruik van carbamazepine tijdens de zwangerschap.
Er zijn aanwijzingen dat het risico op misvorming bij carbamazepine dosisafhankelijk kan zijn. Indien op basis van een zorgvuldige beoordeling van de risico's en voordelen geen alternatieve behandelingsoptie geschikt is en de behandeling met carbamazepine wordt voortgezet, dient monotherapie en de laagste effectieve dosis carbamazepine te worden gebruikt en wordt controle van de plasmaconcentraties aanbevolen. De plasmaconcentratie kan worden gehandhaafd bij de ondergrens van het therapeutische bereik van 4 tot 12 microgram/ml, mits de aanvallen onder controle blijven.
Van sommige anti-epileptica, zoals carbamazepine, is gemeld dat ze de serumfolaatconcentratie verlagen. Deze deficiëntie kan bijdragen aan de toegenomen incidentie van geboorteafwijkingen bij de kinderen van behandelde epileptische vrouwen. Foliumzuursuppletie wordt aanbevolen vóór en tijdens de zwangerschap. Om bloedingsstoornissen bij de kinderen te voorkomen, is ook aanbevolen om tijdens de laatste weken van de zwangerschap vitamine K1 aan de moeder toe te dienen en ook vitamine K1 aan het pasgeboren kind toe te dienen.
Als een vrouw van plan is zwanger te worden, moet alles in het werk worden gesteld om voorafgaand aan conceptie en voordat de anticonceptie wordt stopgezet over te schakelen op een passende alternatieve behandeling. Als een vrouw tijdens het gebruik van carbamazepine zwanger wordt, dient zij te worden doorverwezen naar een specialist om de behandeling met carbamazepine opnieuw te beoordelen en alternatieve behandelingsopties te overwegen.

Vrouwen die zwanger kunnen worden
Carbamazepine mag niet worden gebruikt bij vrouwen die zwanger kunnen worden, tenzij het potentiële voordeel groter wordt geacht dan de risico's na zorgvuldige overweging van alternatieve geschikte behandelingsopties. De vrouw moet volledig worden geïnformeerd over en inzicht hebben in het risico op potentiële schade aan de foetus indien carbamazepine wordt gebruikt tijdens de zwangerschap, en derhalve het belang van het plannen van een zwangerschap. Bij vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten zwangerschapstests worden overwogen voordat de behandeling met carbamazepine wordt gestart.
Vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten tijdens de behandeling en gedurende twee weken na het stoppen van de behandeling effectieve anticonceptie gebruiken. Vanwege enzyminductie kan carbamazepine leiden tot onvoldoende therapeutisch effect van hormonale anticonceptiva (zie rubriek 4.5); daarom moeten vrouwen die zwanger kunnen worden, geadviseerd worden over het gebruik van andere effectieve anticonceptiemethoden. Er moet ten minste één effectieve anticonceptiemethode (zoals een intra-uterien hulpmiddel) of twee aanvullende vormen van anticonceptie worden gebruikt, waaronder een barrièremethode. Bij het kiezen van de anticonceptiemethode moeten de individuele omstandigheden per geval worden beoordeeld, waarbij de patiënt in de discussie wordt betrokken.

Bij de pasgeborene
Om bloedingsstoornissen bij de nakomelingen te voorkomen wordt ook aanbevolen vitamine K1 gedurende de laatste weken van de zwangerschap aan de moeder evenals aan de pasgeborene te geven.
Men heeft enkele gevallen waargenomen van respiratoire aanvallen of depressies bij pasgeborenen, waarvan de moeders Tegretol namen met een ander anticonvulsief geneesmiddel. Enkele gevallen van braken, diarree en/of vermindering van de voeding werden ook gerapporteerd bij pasgeborenen als de moeder Tegretol genomen had. Deze reacties kunnen een uiting zijn van een neonataal deprivatie syndroom.

Borstvoeding
Carbamazepine gaat over in de moedermelk, waar zijn concentraties van 25 % tot 60 % bedragen van deze gemeten in het plasma. De voordelen van borstvoeding en de zeer lage probabiliteit van ongewenste effecten voor de zuigeling zouden tegenover elkaar moeten worden afgewogen. Borstvoeding onder Tegretol is mogelijk op voorwaarde dat gelet wordt op eventuele ongewenste reacties (b.v. overdreven slaperigheid, allergische huidreactie) bij de zuigeling.
Er zijn enkele meldingen geweest van cholestatische hepatitis bij pasgeborenen die voor de geboorte en/of tijdens borstvoeding werden blootgesteld aan carbamazepine. Daarom moeten met moedermelk gevoede zuigelingen van moeders die worden behandeld met carbamazepine, zorgvuldig worden gevolgd op hepatobiliaire bijwerkingen.

Vruchtbaarheid
In zeldzame gevallen werd een verminderde vruchtbaarheid bij de man en/of abnormale spermatogenese gerapporteerd.

Epilepsie

  • Startdosis: 100 - 200 mg, 1 - 2 x /dag
  • Dosisverhoging in stappen van 200 mg om de 2 dagen
  • Standaard onderhoudsdosis: 400 mg, 2 - 3 x /dag
  • Max. 2000 mg /dag
  • Startdosis: 20 - 60 mg /dag
  • Dosisverhoging in stappen van 20 - 60 mg om de 2 dagen
  • Onderhoudsdosis:
    • tot 1 jaar: 100 - 200 mg /dag
    • van 1 - 4 jaar: 200 - 400 mg /dag
    • Startdosis: 100 mg /dag
    • Dosisverhoging in stappen van 100 mg per week
    • Onderhoudsdosis:
    • 4 - 5 jaar: 200 - 400 mg /dag
    • 6 - 10 jaar: 400 - 600 mg /dag
    • 11 - 15 jaar: 600 - 1000 mg /dag

Manie en manisch-depressieve aandoeningen

  • Onderhoudsdosis: 400 - 600 mg in 2 - 3 innames
  • Max. 1600 mg/dag

Omschakeling van tablet naar siroop

  • Dezelfde hoeveelheid in mg/dag toedienen doch in kleinere en meer frequentere dosissen

Toedieningswijze

  • Tijdens, na of tussen de maaltijden met weinig drank
  • De tabletten mogen in twee helften verdeeld worden
  • Gezien de trage en gecontroleerde vrijgave, zijn de tabletten bestemd voor een toediening volgens een schema met een inname tweemaal daags
CNK 0431486
Organisaties Novartis
Breedte 75 mm
Lengte 89 mm
Diepte 62 mm
Hoeveelheid verpakking 50
Actieve ingrediënten carbamazepine
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)