Release Opl Inj. 300mg/ml 100ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Release Opl Inj. 300mg/ml 100ml

  € 47,67
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Speciale waarschuwingen: Bij intraperitoneale toediening moet men rekening houden met een vertraagde werkingsaanzet en een verhoogde kans op nevenwerkingen die vermeld worden in rubriek 4.6. Voorafgaande sedatie wordt aanbevolen. Bij intrapulmonale toediening moet men rekening houden met een vertraagde werkingsaanzet en een verhoogde kans op nevenwerkingen die vermeld worden in rubriek 4.6. Intrapulmonale toediening dient beperkt te worden tot die gevallen waarbij het gebruik van andere toedieningswegen niet mogelijk is. Bij gebruik van deze toedieningsweg is voorafgaande sedatie een vereiste. Bij euthanasie van koudbloedige dieren moet het dier ten tijde van injectie op zijn gewenste, optimale temperatuur worden gehouden, anders kan de werkzaamheid onbetrouwbaar zijn. Diersoortspecifieke maatregelen (bv. pithing) dienen genomen te worden om er zeker van te zijn dat de euthanasie volledig is en een spontaan herstel uitgesloten is. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Euthanasie bij gifslangen dient door intracoelome injectie van natriumpentobarbital te worden uitgevoerd. Om het gevaar voor de toediener tot een minimum te beperken dient voorafgaand een oordeelkundige sedatie te worden uitgevoerd. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Dit diergeneesmiddel is een zeer krachtig geneesmiddel dat toxisch is voor de mens – in het bijzonder dient onopzettelijk inslikken en zelfinjectie vermeden te worden.Vervoer dit diergeneesmiddel enkel in een spuit die niet voorzien is van een naald, om onopezettelijke zelfinjectie te vermijden. Opname van pentobartital in het lichaam (inclusief opname via de huid en de ogen) veroorzaakt sedatie, slaap en ademhalingsdepressie. De concentratie van pentobarbital in het diergeneesmiddel is van die aard dat onopzettelijk inspuiten of inslikken van zelfs kleine hoeveelheden van 1 ml ernstige stoornissen van het centrale zenuwstelsel bij volwassen mensen kan veroorzaken. Er werd gemeld dat een dosis van 1 g natriumpentobarbital (overeenkomend met 3,3 ml van het diergeneesmiddel) dodelijk is voor mensen. Direct contact met de huid en de ogen (inclusief hand-oog contact) dient vermeden te worden. Aangezien pentobarbital via de huid en het slijmvlies geabsorbeerd kan worden, dient men bij gebruik van dit diergeneesmiddel passende veiligheidshandschoenen te dragen. Bovendien kan het diergeneesmiddel oog- en huidirritatie, alsook overgevoeligheidsreacties veroorzaken (als gevolg van de aanwezigheid van pentobartital en benzylalcohol in het diergeneesmiddel). Personen met een bekende overgevoeligheid voor pentobarbital moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden. Dit diergeneesmiddel mag enkel gebruikt worden in aanwezigheid van een andere persoon die assistentie kan verlenen in geval van onopzettelijke blootstelling. Indien deze persoon geen medische achtergrond heeft, dient deze ingelicht te worden over de gevaren van het diergeneesmiddel. De volgende maatregelen dienen bij een ongeval genomen te worden: Huid – Direct met water afspoelen en daarna grondig met water en zeep wassen. Onmiddellijk een arts raadplegen en de bijsluiter of het etiket tonen. Ogen – Direct met koud water spoelen. Onmiddellijk een arts raadplegen en de bijsluiter of het etiket tonen. Inslikken – Mond spoelen. Onmiddellijk een arts raadplegen en de bijsluiter of het etiket tonen. De patiënt warm en rustig houden. Accidentele zelfinjectie – ONMIDDELLIJK een arts raadplegen en deze op een vergiftiging met barbituraten wijzen (Zorg ervoor dat u de bijsluiter bij u heeft.). Laat de patiënt niet zonder toezicht achter. NIET RIJDEN (wegens mogelijk optreden van sedatie). Dit diergeneesmiddel is ontvlambaar. Uit de buurt van warmtebronnen houden. Niet roken. Advies aan de arts – De luchtwegen vrijhouden en een symptomatische en ondersteunende behandeling inzetten. Speciale voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van het milieu: Karkassen van dieren waarop met dit diergeneesmiddel euthanasie werd uitgevoerd, dienen te worden afgevoerd volgens de nationale wetgeving. Karkassen van dieren waarop met dit diergeneesmiddel euthanasie werd uitgevoerd mogen niet aan andere dieren worden gevoerd vanwege het risico van secundaire vergiftiging.

Doeldieren : Paard, pony, rund, varken, hond, kat, nerts, bunzing, haas, konijn, cavia, hamster, rat, muis, kip, duif,
vogel, slang, schildpad, hagedis, kikker

Voor euthanasie bij dieren.

Per ml oplossing voor injectie bevat:

Werkzaam bestanddeel:

Natrium pentobarbital 300 mg

Hulpstof:

Patentblauw V (E131) 0.001 mg

Een heldere, lichtblauwe oplossing.

Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:

Stoffen die het CZS onderdrukken (narcotica, antihistaminica, fenothiazines, etc.) kunnen het effect van pentobarbital versterken.

Overdosering:

In het geval dat een dier, dat niet voor euthanasie aangeboden wordt, accidenteel wordt ingespoten, zijn kunstmatige ademhaling, toediening van zuurstof en toediening van analeptica de te nemen maatregelen.

Belangrijke onverenigbaarheden:

Onverenigbaarheden met natriumpentobarbital zijn voor de volgende stoffen beschreven: insuline (normaal), norepinephrinebitartraat, oxytetracycline.HCl, penicilline G en streptomycinesulfaat. De verenigbaarheid is onder andere afhankelijk van factoren zoals de pH, de concentratie, de temperatuur en de gebruikte oplosmiddelen.

Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de verenigbaarheid, mag het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden gemengd.

  1. Bijwerkingen

Paard, pony, rund, varken, hond, kat, nerts, bunzing, haas, konijn, cavia, hamster, rat, muis, kip, duif, vogel, slang, schildpad, hagedis, kikker:

Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren): Agonale ademhaling1, Hoest1, Respiratoire nood1

Onbepaalde frequentie (kan niet worden geschat op basis van de beschikbare gegevens) Spierkrampen2

1Na intrapulmonale toediening 2Minimaal, na injectie

Bij perivasculaire injectie kan de dood van het dier met vertraging intreden. Baribituraten kunnen weefselirritatie veroorzaken na subcutane of perivasculaire toediening.

  1. Contra-indicaties

Niet gebruiken voor anesthesiedoeleinden. Niet gebruiken voor intracoelome injectie bij waterschildpadden (Chelonia) omdat dit in vergelijking met intraveneuze toediening de tijd voor het sterven onnodig verlengt.

Dracht: Bij euthanasie op drachtige dieren moet bij de berekening van de dosering rekening worden gehouden met het grotere lichaamsgewicht. De injectie moet intraveneus plaatsvinden. Een eventueel (bijv. voor onderzoeksdoeleinden) noodzakelijke verwijdering van de foetus mag op zijn vroegst plaatsvinden 25 minuten nadat de dood van het moederdier is vastgesteld. In dat geval moet de foetus worden onderzocht op de aanwezigheid van tekenen van leven en eventueel apart worden geëuthanaseerd.

  1. Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen

Intraveneus, intracardiaal, intraperitoneaal of intrapulmonaal gebruik.

Paarden, pony's

Snelle intraveneuze toediening 900 mg/10 kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 3 ml/10 kg lichaamsgewicht)

Runderen

Snelle intraveneuze toediening

450 mg/10 kg tot 900 mg/10 kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1,5-3 ml/10 kg lichaamsgewicht)

Varkens

-Intraveneus in de oorvene (zonder fixatie of fixatie met een neusstrop) -Intraveneus in de vena cava cran. (fixatie met een neusstrop of fixatie van biggen tussen de dijen van een helper)

450 mg/5 kg tot een lichaamsgewicht van 30 kg (1,5 ml/5 kg lichaamsgewicht) 450 mg/10 kg vanaf een lichaamsgewicht van 30 kg (1,5 ml/10 kg lichaamsgewicht)

Honden

Intraveneus: toediening met gelijkmatige snelheid tot het dier slaapt. Daarna de overgebleven hoeveelheid snel injecteren.

150 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 0,5 ml/kg lichaamsgewicht)

Intracardiaal, intrapulmonaal en intraperitoneaal 450 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1,5 ml/kg lichaamsgewicht)

Katten

Intraveneus: toediening met gelijkmatige snelheid tot het dier slaapt. Daarna de overgebleven hoeveelheid snel injecteren.

150 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 0,5 ml/kg lichaamsgewicht)

Intracardiaal, intrapulmonaal en intraperitoneaal 450 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1,5 ml/kg lichaamsgewicht)

Nertsen, bunzingen

Intraveneus 450 mg/dier (overeenkomend met 1,5 ml per dier)

Intracardiaal, intrapulmonaal met ca. 4 cm lange naald van het caudale deel van het borstbeen (xiphoid-proces, xiphisternum) in cranio-dorsale richting

450 mg/dier (overeenkomend met 1,5 ml per dier)

Hazen, konijnen, cavia's, hamsters, ratten, muizen

Intraveneus, intracardiaal 300 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1 ml/kg lichaamsgewicht)

Intrapulmonaal 300 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1 ml/kg lichaamsgewicht)

Intraperitoneaal 600 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 2 ml/kg lichaamsgewicht)

Kippen, duiven, vogels

Intraveneus 450 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1,5 ml/kg lichaamsgewicht)

Intrapulmonaal 450 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1,5 ml/kg lichaamsgewicht)

Slangen, schildpadden, hagedissen, kikkers tot 5 kg

In de lichaamsholte nabij het hart inspuiten. De dood treedt na ongeveer 5 tot 10 minuten op.

Minimale dosis: 60 mg/kg lichaamsgewicht

Gemiddeld: 300 tot 450 mg/dier (overeenkomend met 1,0 ml/dier tot 1,5 ml/dier)

CNK 2625341
Organisaties Emdoka
Breedte 53 mm
Lengte 100 mm
Diepte 53 mm
Hoeveelheid verpakking 100
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)