Polyvar Yellow 275mg Strip Bijenkorf 10
Geneesmiddel

Polyvar Yellow 275mg Strip Bijenkorf 10

  € 60,56
Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Speciale waarschuwingen: De mogelijkheid dat andere kolonies op dezelfde bijenstand een bron van herinfestatie met Varroa destructor kunnen zijn, moet in overweging genomen worden, en deze moeten gelijktijdig worden behandeld. Onnodig gebruik van antiparasitaire middelen of gebruik anders dan aangegeven in de SPC, kan de selectiedruk op resistentie verhogen en leiden tot een verminderde werkzaamheid. Het besluit om het diergeneesmiddel te gebruiken, dient voor elke bijenkorf gebaseerd te zijn op de bevestiging van de parasietensoort en mate van besmetting, of op het risico op infestatie op basis van de epidemiologische eigenschappen,. Het diergeneesmiddel moet gebruikt worden als onderdeel van een geïntegreerd Varroa controleprogramma. Er is resistentie tegen pyrethroïden gemeld bij Varroa destructor bij honingbijen. Volgens de gepubliceerde literatuur (2024), varieerde de flumethrineresistentie onder Varroa destructor in Turkije van 51% tot 94%. Bovendien is er wereldwijd een wijdverspreide resistentie tegen flumethrine, waarbij veelvoorkomende mutaties overheersen in Mediterrane landen. Als effectieve methode om de kans op selectie van resistentie te vermijden mogen flumetrine

bevattende producten – zoals voor andere acariciden – niet in opeenvolgende jaren gebruikt worden. In plaats daarvan moet een strikt rotatieschema met diergeneesmiddelen met werkzame bestanddelen uit andere chemische klassen toegepast worden. Afhankelijk van de regionale resistentiesituatie kan het nodig zijn om de behandeling langer dan één jaar te onderbreken. Aangezien flumethrine en tau-fluvalinaat behoren tot dezelfde klasse zijn ze niet geschikt voor om met elkaar af te wisselen. Onjuist gebruik van het diergeneesmiddel kan leiden tot een hoger risico op ontwikkeling van resistentie en daardoor kan uiteindelijk de behandeling falen, wat leidt tot verlies van kolonies. Bij het gebruik van dit diergeneesmiddel dient lokale informatie over de gevoeligheid van de doelparasieten in overweging te worden genomen, indien deze beschikbaar is. Het wordt aanbevolen om vermoedelijke gevallen van resistentie verder te onderzoeken met behulp van een geschikte diagnostische methode bv. biologische testen of moleculaire analyse (PCR). In het geval van bestaande resistentie tegen pyrethroïden mogen flumethrine bevattende producten niet gebruikt worden. Als in het verleden resistentie tegen pyrethroïden werd vastgesteld, is het nuttig om te overwegen de actuele status van een kolonie te testen, omdat reversie naar gevoeligheid zich met de jaren kan voordoen. Bevestigde resistentie moet worden gemeld aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het diergeneesmiddel of aan de bevoegde autoriteiten. Voor blootstelling aan het werkzaam bestanddeel moet er vliegactiviteit zijn. In geval van langdurige periodes van beperkte vliegactiviteit, bijv. door ongunstige weersomstandigheden, kan de werkzaamheid verminderd zijn. Het succes van de behandeling moet gevolgd worden met erkende standaard tests zoals continue controle van de natuurlijke mijtval met behulp van een kleverige invoerlade, of evaluatie van de mijtenbelasting per 100 bijen om te bepalen of een winterbehandeling bijv. met oxaalzuur nodig is. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Na aanbrengen van het diergeneesmiddel, kan het gebeuren dat de bijen zich een aantal uren verzamelen bij de ingang van de kast tijdens de aanpassing. Bij hoge temperaturen moet er gezorgd worden voor een adequate ventilatie van de korf. Het diergeneesmiddel werd niet getest tijdens extreem warme weersomstandigheden. Het diergeneesmiddel kan de ventilatie van de kast in gelijke mate verstoren als standaard middelen om de korfingang te verkleinen en moet dus tijdelijk verwijderd worden als dat nodig geacht wordt. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Bewaar de zak met de strips voor in de bijenkorf tot gebruik in de buitenverpakking. Open de zak net voor gebruik van de strips. Was de handen met koud water na het plaatsen van de strips voor in de bijenkorf. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Niet gelijktijdig met andere acariciden tegen varraomijtziekte gebruiken. Overdosering: Door de aard van de bijenkorfstrips is overdosering onwaarschijnlijk en worden tekenen van overdosering niet verwacht. Belangrijke onverenigbaarheden: Geen bekend.

Doeldier : Honingbijen (Apis mellifera)

Voor de behandeling van varraomijtziekte bij honingbijen veroorzaakt door voor flumethrine

gevoelige Varroa destructor mijten.

Per strip voor in de bijenkorf :

Werkzaam bestanddeel:

Flumethrine 275 mg

Gele, kunststof strip met 15 gaten

Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:

Niet gelijktijdig met andere acariciden tegen varraomijtziekte gebruiken.

Honingbij (Apis mellifera): Geen. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be

Niet gebruiken in gevallen van bekende resistentie tegen pyrethroïden zoals beschreven in rubriek "Speciale waarschuwingen", subsectie "Speciale waarschuwingen".

  1. Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen

Gebruik in de bijenkorf. Gebruik aan de ingang van de bijenkorf als poort.

Gebruik twee strips per standaard bijenkorf.

Onderdosering kan leiden tot ineffectief gebruik en kan resistentieontwikkeling bevorderen.

  1. Aanwijzingen voor een juiste toediening

Toepassing van de strips voor in de bijenkorf:

De behandeling moet gestart worden binnen korte tijd na het verzamelen van de honing en het slingeren om zeker te stellen dat er voldoende vliegactiviteit zal zijn voor een effectieve behandeling en gezonde bijenontwikkeling in de winter. De behandeling moet gedurende ten minste 9 weken toegevoegd worden tot het einde van de vliegactiviteit, maar niet langer dan 4 maanden. Bij aanhoudende mijtval na 9 weken moet de behandeling voortgezet worden. Zo bestrijkt de behandeling gemeenlijk de kritieke fase van mogelijke horizontale mijtbesmetting, bijv. door roof. Het succes van de behandeling moet gecontroleerd worden zoals vermeld in de rubriek "Speciale waarschuwingen", subsectie "Speciale waarschuwingen".

De strip voor in de bijenkorf moet zodanig in de ingang bevestigd worden dat de bijen gedwongen worden om de kast alleen in en uit vliegen door de gaten in de strip. Het volledige oppervlak en de gaten van de strip voor in de bijenkorf mogen niet bedekt worden om zeker te stellen dat de bijen in contact komen met de strip en voor de ventilatie van de kast. De strips zijn speciaal ontworpen om de verwijdering van dode bijen niet te hinderen. De strips mogen niet doorgeknipt worden.

Deze verpakking bevat alleen de strip voor in de bijenkorf, maar afhankelijk van het type bijenkorf en de maat van de ingang kunnen andere hulpmiddelen als nagels, nieten, spijkers of houtblokjes nodig zijn om de strip op zijn plaats te houden. De strips kunnen op verschillende manieren binnen of buiten op de kast bevestigd worden.

CNK 3582277
Organisaties Elanco Animal Health
Breedte 124 mm
Lengte 256 mm
Diepte 35 mm
Hoeveelheid verpakking 10
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)