Moderin La 5ml 40mg/ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Moderin La 5ml 40mg/ml

  € 39,51
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Speciale waarschuwingen: Geen . Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Uitsluitend bestemd voor intramusculair en lokaal gebruik. De klassieke voorzorgen van de corticotherapie dienen bij het toedienen van het diergeneesmiddel te worden nageleefd. In geval van infectie, moet de hormonale therapie gecombineerd worden met een correcte antibacteriële behandeling. Schudden voor gebruik. In geval van infectie dient de hormonale therapie gepaard te gaan met een specifieke antibacteriële behandeling. Bij therapiestop, na langdurige toediening van het diergeneesmiddel is het raadzaam de dosis langzaam te verminderen. Injecteren secundum artem. Vermeng het diergeneesmiddel niet met andere producten die op dezelfde plek moeten worden geïnjecteerd. Synthetische corticosteroïden om ontstekingen te verminderen zoals methylprednisolone zijn gekend voor hun uitgebreide nevenwerkingen. Hoge eenmalige dosissen worden doorgaans goed verdragen, maar op lange termijn en bij toediening van esters met een lange werkingsduur, kunnen ernstige nevenwerkingen ontstaan. Dosissen die gedurende een middellange of lange periode worden toegediend, moeten doorgaans worden beperkt tot het minimum dat nodig is om klinische tekens te vermijden. Doorlopend of langdurig gebruik van dit product is doorgaans niet aanbevolen. Bij bacteriële infecties wordt doorgaans een antibacteriële bescherming aangeraden bij het gebruik van steroïden. Bij virale infecties kunnen steroïden de progressie van de ziekte verergeren of versnellen. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Draag beschermende handschoenen bij omgang met het diergeneesmiddel. Vermijd zelfinjectie. In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Personen met een bekende overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of één van de hulpstoffen moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden. Zwangere vrouwen mogen dit diergeneesmiddel niet toedienen. Per ongeluk morsen op de huid moet onmiddellijk met water en zeep worden gewassen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van het milieu: Niet van toepassing Dracht: Corticosteroiden worden niet aanbevolen voor toediening bij drachtige dieren. Studies tonen aan dat toediening gedurende de vroege dracht van laboratorium dieren foetale afwijkingen kan veroorzaken. Toediening op het einde van de dracht kan abortus of vroege partus veroorzaken.

Doeldieren : honden, katten en paarden

Honden en katten:

Voor de symptomatische behandeling of als onderdeel van een behandeling van ontstekingsziekten en allergische ziekten zoals huidaandoeningen, musculo-skeletale aandoeningen en aandoeningen van de oren en de ogen

.Paarden:

Voor de behandeling van pijn en kreupelheid in combinatie met acute gelokaliseerde artroseproblemen aan de weinig beweeglijke gewrichten, peesscheden en slijmbeursstructuren

Methylprednisoloni acetas 40 mg – Polyethylenglycolum 3350 - Natrii chloridum - Myristyl- gamma-picolinium chloridum - Aqua ad iniectabilia q.s. ad 1 ml.

Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:

Gelijktijdige toediening van barbituraten, phenylbutazone, phenytoine of rifampicine kan de metabolisatie van de corticosteroiden verhogen en hun effect verminderen.

De respons op anti-coagulantia kan verminderd worden door corticosteroiden.

Combinatie van glucocorticoiden met salicylaten en niet-steroidale anti-inflammatoire stoffen vergroot het risico op gastro-intestinale complicaties, zweren incluis.

Combinatie van glucocorticoiden met diuretica van de thiazide groep vergroot het risico op glucose- intolerantie.

Honden, katten en paarden: Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren): Polyurie1 Polydipsie1, Polyfagie1 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Maagdarmzweer2, Dunne darmzweer2 Bijnieraandoening3, Ziekte van Cushing Hepatomegalie Andere aandoeningen van het immuunsysteem4 Verhoogde leverenzymen, Hypokaliëmie5, Hypernatriëmie5 Kraakbeendegeneratie6, Spieruitval, Spierzwakte, Osteoporose Verkalking van de huid7, Verdunning van de huid8 Oedeem 1Systemisch toegediend, met name in het beginstadium van de behandeling. 2 Kan versterkt worden door steroïden bij dieren die NSAID's krijgen, bij corticosteroïden behandelde dieren met ruggenmergtrauma. 3 Nadat de behandeling is gestopt, kunnen tekenen van bijnierinsufficiëntie optreden, waardoor het dier niet adequaat op stress kan reageren. Bij het staken van de behandeling moeten manieren worden overwogen om bijnierinsufficiëntie te verminderen. Bijvoorbeeld een geleidelijke verlaging van de dosis. 4 Corticosteroïden kunnen de wondgenezing vertragen en hun immunosuppressieve werking kan de weerstand verzwakken of bestaande infecties bevorderen. 5 Tijdens langdurige toediening. 6 Langdurig gebruik van methylprednisolon kan de afbraak van kraakbeen bevorderen en de proteoglycansynthese in chondrocyten van paarden remmen, en kan het gewrichtsmetabolisme op andere manieren beïnvloeden. 7 Bij systemische toediening. 8 Bij lokale toepassing. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be.

Niet gebruiken bij dieren die lijden aan tuberculose, het syndroom van Cushing of maagzweren en bij dieren in de laatste maanden van de dracht, bij vaccinatie, bij ernstige vormen van parasitisme of bij een voorgeschiedenis van glaucoom.

Systemische corticosteroid therapie is tegenaangewezen bij dieren met nieraandoeningen en/of diabetes mellitus.

In geval van diabetes, vergroten glucocorticoïden de noodzaak voor insuline of orale hypoglycemische geneesmiddelen.

Het product is tegenaangewezen voor de behandeling van laminitis en is niet geïndiceerd voor gebruik in sterk beweeglijke gewrichten, omdat het schadelijke effecten kan hebben op het kraakbeenmetabolisme. De intrasynoviale toediening is tegenaangewezen bij aangetoonde breuken, bacteriële gewrichtsinfecties of aseptische beendernecrose. Verder is dergelijke toediening tegenaangewezen bij veulens wanneer sepsis niet kan worden uitgesloten als de onderliggende oorzaak van artritis/synovitis.

Dracht: Corticosteroiden worden niet aanbevolen voor toediening bij drachtige dieren. Studies tonen aan dat toediening gedurende de vroege dracht van laboratorium dieren foetale afwijkingen kan veroorzaken. Toediening op het einde van de dracht kan abortus of vroege partus veroorzaken.

  1. Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen

Intramusculair: diep IM injecteren.

Honden en katten:

De gemiddelde dosis voor honden bedraagt 20 mg; dit komt overeen met een dosering van 0.5 tot 2 mg per kg lichaamsgewicht. Deze dosis is afhankelijk van de grootte van de hond en van de ernst van de aandoening. De gemiddelde wekelijkse dosis voor katten bedraagt 10 mg (dit komt overeen met een dosering van 2 tot 5 mg per kg lichaamsgewicht) en maximaal 20 mg.

Voor de onderhoudstherapie bij de chronische aandoeningen wordt de aanvangsdosis geleidelijk verlaagd tot de individuele kleinste werkzame dosis bereikt is.

Intra-articulair:(op voorwaarde van strikte aseptische of antibiotica behandeling)

Honden:

De gemiddelde aanvangsdosis voor een groot gewricht bedraagt 20 mg; dit komt overeen met een dosering van 0.5 tot 2 mg per kg lichaamsgewicht. Voor de kleinere gewrichten is een overeenkomstige lagere dosis vereist.

Paarden

De vereiste dosis kan schommelen naargelang de individuele klinische omstandigheden, zoals de ernst

CNK 2853240
Organisaties Zoetis Belgium
Breedte 28 mm
Lengte 55 mm
Diepte 28 mm
Hoeveelheid verpakking 5
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)