Gaelle 20 Comp 13 X 21
Op voorschrift
Geneesmiddel

Gaelle 20 Comp 13 X 21

  € 34,18

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 0,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 0,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 34,18
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Waarschuwingen Indien één of meer van de hieronder vermelde aandoeningen of risicofactoren aanwezig zijn, moet met de vrouw besproken worden of Gaëlle 20 geschikt is. In het geval van verergering of eerste optreden van één of meer van deze aandoeningen of risicofactoren dient de vrouw het advies te krijgen om contact op te nemen met haar arts, om te bepalen of het gebruik van Gaëlle 20 moet worden gestaakt. Trombo-embolische aandoeningen en andere vasculaire problemen

Risico op veneuze trombo-embolie (VTE) Het gebruik van ieder gecombineerd hormonaal anticonceptivum verhoogt het risico op veneuze trombo-embolie (VTE), in vergelijking met geen gebruik. Producten die levonorgestrel, norgestimaat of norethisteron bevatten, zijn geassocieerd met het laagste risico op VTE. Andere producten, zoals Gaëlle 20, kunnen tot twee keer dit risiconiveau hebben. De beslissing om een ander product te gebruiken dan een product met het laagste risico van VTE mag uitsluitend worden genomen nadat dit met de vrouw besproken, om te verzekeren dat zij begrijpt dat zij risico heeft op VTE met Gaëlle 20 is, hoe haar huidige risicofactoren dit risico beïnvloeden en dat haar risico van VTE het hoogst is in het allereerste jaar dat zij het product gebruikt. Er zijn ook enige aanwijzingen dat het risico verhoogd is wanneer opnieuw gestart wordt met een gecombineerd hormonaal anticonceptivum nadat het gebruik gedurende 4 weken of langer werd onderbroken. Bij vrouwen die geen gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken en niet zwanger zijn, zullen ongeveer 2 van de 10.000 vrouwen over een periode van één jaar VTE ontwikkelen. Bij iedere individuele vrouw kan het risico echter veel hoger zijn, afhankelijk van haar onderliggende risicofactoren (zie hieronder). Naar schatting1 zullen ongeveer 9 tot 12 van de 10.000 vrouwen die een gestodeenbevattende gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken over een periode van één jaar een VTE ontwikkelen, vergeleken met ongeveer 62 vrouwen die een levonorgestrelbevattende gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken. In beide gevallen is het aantal VTE's per jaar kleiner dan het verwachte aantal bij vrouwen tijdens de zwangerschap of in de periode na de bevalling. VTE kan in 1-2% van de gevallen een dodelijke afloop hebben. Aantal VTE-gevallen per 10.000 vrouwen in één jaar Aantal VTE-gevallen Niet- gebruikers van gecombineerde hormonale anticonceptiva (2 gevallen) Levonorgestrelbevattende gecombineerde hormonale anticonceptiva (5-7 gevallen) Gestodeenbevattende gecombineerde hormonale anticonceptiva (9-12 gevallen) In extreem zelden voorkomende gevallen is het optreden van trombose in andere bloedvaten gemeld bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum, bijv. in hepatische, mesenteriale, renale of retinale venen en arteriën. Risicofactoren voor VTE Het risico op veneuze trombo-embolische complicaties bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum kan substantieel verhoogd zijn bij een vrouw met additionele risicofactoren, vooral als er sprake is van meerdere risicofactoren (zie de tabel). Gaëlle 20 is gecontra-indiceerd als een vrouw meerdere risicofactoren heeft waardoor zij een verhoogd risico op veneuze trombose heeft (zie rubriek 4.3). Als een vrouw meer dan één risicofactor heeft, is het mogelijk dat de stijging van het risico groter is dan de som van de afzonderlijke factoren – in dit geval dient rekening te worden gehouden met haar totale risico op VTE. Indien de balans van voordelen en risico's als negatief wordt beschouwd, mag een gecombineerd hormonaal anticonceptivum niet worden voorgeschreven (zie rubriek 4.3). Tabel: Risicofactoren voor VTE Risicofactor Toelichting Obesitas (BMI hoger dan 30 kg/m²) Risico stijgt substantieel bij stijging van de BMI. Het is vooral belangrijk om te overwegen of er ook andere risicofactoren aanwezig zijn. Langdurige immobilisatie, zware operatie, elke operatie aan benen of heup, neurochirurgie of groot trauma Opmerking: tijdelijke immobilisatie waaronder > 4 uur reizen per vliegtuig kan ook een risicofactor voor VTE zijn, vooral bij vrouwen met andere risicofactoren In deze situaties is het aan te bevelen om het gebruik van de pleister/pil/ring te staken (in geval van een electieve chirurgische ingreep minimaal vier weken vóór de ingreep) en het gebruik niet eerder dan twee weken na volledige remobilisatie te hervatten. Er dient een andere anticonceptiemethode te worden gebruikt om onbedoelde zwangerschap te voorkomen. Antitrombosebehandeling dient te worden overwogen als het gebruik van Gaëlle 20 niet vooraf is gestaakt. Bij een positieve familiegeschiedenis (ooit opgetreden veneuze tromboembolie, vooral op relatief jonge leeftijd, bijvoorbeeld vóór het 50e jaar, bij broers, zussen of ouders). Als een erfelijke aanleg wordt vermoed, dient de vrouw te worden doorverwezen naar een specialist voor advies voordat zij een besluit neemt over het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum Andere medische aandoeningen die geassocieerd zijn met VTE Kanker, systemische lupus erythematosus, hemolytisch-uremisch syndroom, chronische inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn of colitis ulcerosa) en sikkelcelziekte Leeftijd Vooral boven de 35 jaar Er is geen consensus over de mogelijke rol van spataderen en oppervlakkige tromboflebitis bij het ontstaan of de progressie van veneuze trombose. Er dient rekening te worden gehouden met het verhoogde risico op trombo-embolie tijdens de zwangerschap en vooral tijdens de 6 weken durende periode van het puerperium (voor informatie over "Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding" zie rubriek 4.6).

Symptomen van VTE (diepe veneuze trombose en longembolie) Vrouwen dienen het advies te krijgen om, als er symptomen optreden, met spoed medische hulp in te roepen en de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg te informeren dat zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruikt. De volgende symptomen kunnen wijzen op diepe veneuze trombose (DVT):  unilaterale zwelling van een been en/of voet of langs een ader in het been;  pijn of gevoeligheid van een been die mogelijk alleen wordt gevoeld bij het staan of lopen,  verhoogde temperatuur in het aangetaste been, rode of verkleurde huid op het been. De volgende symptomen kunnen wijzen op longembolie (PE):  plotseling ontstaan van onverklaarde kortademigheid of snelle ademhaling;  plotseling hoesten, mogelijk geassocieerd met hemoptoë (bloedspuwing);  scherpe pijn op de borst;  ernstig licht gevoel in het hoofd of duizeligheid;  snelle of onregelmatige hartslag. Sommige van deze symptomen (bijv. "kortademigheid", "hoesten") zijn niet-specifiek en kunnen ten onrechte worden geïnterpreteerd als gewonere of minder ernstige voorvallen (bijv. luchtweginfecties). Andere verschijnselen die kunnen wijzen op vasculaire occlusie zijn: plotselinge pijn, zwelling en lichte blauwverkleuring van een ledemaat. Als de occlusie in het oog is gelokaliseerd, kunnen de symptomen variëren van pijnloos wazig zien tot progressie tot verlies van het gezichtsvermogen. Soms kan verlies van het gezichtsvermogen bijna onmiddellijk optreden. Risico op arteriële trombo-embolie (ATE) In epidemiologisch onderzoek is het gebruik van gecombineerde hormonale anticonceptiva geassocieerd met een verhoogd risico op arteriële trombo-embolie (myocardinfarct) of cerebrovasculair accident (bijv. TIA [transiënte ischemische aanval], beroerte). Arteriële trombo�embolische voorvallen kunnen een dodelijke afloop hebben. Risicofactoren voor ATE Het risico op arteriële trombo-embolische complicaties of van een CVA bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum is verhoogd bij vrouwen met risicofactoren (zie de tabel). Gaëlle 20 is gecontra-indiceerd als een vrouw één ernstige of meerdere risicofactoren voor ATE heeft waardoor zij een hoog risico op arteriële trombose heeft (zie rubriek 4.3). Als een vrouw meer dan één risicofactor heeft, is het mogelijk dat de stijging van het risico groter is dan de som van de afzonderlijke factoren – in dit geval dient rekening te worden gehouden met haar totale risico. Indien de balans van voordelen en risico's als negatief wordt beschouwd, mag een gecombineerd hormonaal anticonceptivum niet worden voorgeschreven (zie rubriek 4.3). Tabel: Risicofactoren voor ATE Risicofactor Toelichting Leeftijd Vooral boven de 35 jaar Roken Vrouwen dienen het advies te krijgen om niet te roken als zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum willen gebruiken. Vrouwen die ouder zijn dan 35 jaar en doorgaan met roken dienen het dringende advies te krijgen om een andere anticonceptiemethode toe te passen. Hypertensie Obesitas (BMI hoger dan 30 kg/m2 ) Het risico stijgt substantieel bij stijging van de BMI. Vooral belangrijk bij vrouwen met additionele risicofactoren Positieve familiegeschiedenis (ooit opgetreden arteriële trombo-embolie, vooral op relatief jonge leeftijd, bijvoorbeeld vóór het 50e jaar, bij broers, zussen of ouders). Als een erfelijke aanleg wordt vermoed, dient de vrouw te worden doorverwezen naar een specialist voor advies voordat zij een besluit neemt over het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum Migraine Een verhoging van de frequentie of ernst van migraine tijdens het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum (die prodromaal kan zijn voor een CVA) kan een reden zijn om direct te stoppen Andere medische aandoeningen die geassocieerd zijn met aandoeningen van de bloedvaten Diabetes mellitus, hyperhomocysteïnemie, hartklepziekte en atriumfibrilleren, dislipoproteïnemie en systemische lupus erythematosus. Symptomen van ATE Vrouwen dienen het advies te krijgen om, als er symptomen optreden, met spoed medische hulp in te roepen en de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg te informeren dat zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken. De volgende symptomen kunnen wijzen op een cerebrovasculair accident (CVA): - plotseling verdoofd gevoel of zwakte van gezicht, arm of been, vooral aan één zijde van het lichaam; - plotselinge moeite met lopen, duizeligheid, verlies van evenwicht of coördinatie; - plotselinge verwardheid, moeite met praten of begrijpen; - plotselinge moeite met zien in één of beide ogen; - plotselinge, ernstige of langdurige hoofdpijn zonder bekende oorzaak; - verminderd bewustzijn, of flauwvallen met of zonder epileptische aanval. Symptomen van voorbijgaande aard suggereren dat het voorval een transiënte ischemische aanval (TIA) is. De volgende symptomen kunnen wijzen op een myocardinfarct (MI): - pijn, ongemak, druk, of een zwaar, beklemd of vol gevoel in de borst, arm of onder het borstbeen; - ongemak dat uitstraalt naar de rug, kaak, keel, arm, maag; - vol gevoel, indigestie of naar adem snakken; - transpireren, misselijkheid, braken of duizeligheid; - extreme zwakte, angst of kortademigheid; - snelle of onregelmatige hartslag.

Orale anticonceptie.

De werkzame stoffen in dit middel zijn 0,075 mg gestodeen en 0,020 mg ethinylestradiol.

De andere stoffen in dit middel zijn:

kern: natriumcalciumedetaat, lactose monohydraat, maïszetmeel, povidon, magnesiumstearaat.

omhulling: sucrose, povidon, polyglycol, calciumcarbonaat, talk, montaanglycolwas.

Gebruik Gaëlle 20 niet als u hepatitis C heeft en geneesmiddelen inneemt die ombitasvir/paritaprevir/ritonavir en dasabuvir, glecaprevir/pibrentasvir of sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir bevatten (zie ook rubriek "Gebruikt u nog andere middelen?").

Mocht één van deze situaties voor het eerst optreden terwijl u de pil gebruikt, stop dan onmiddellijk met het innemen en raadpleeg uw arts. Gebruik ondertussen niet-hormonale anticonceptieve maatregelen. Zie ook "Algemene opmerkingen".

Sommige geneesmiddelen

  • kunnen een invloed hebben op de hoeveelheid Gaëlle 20 in het bloed;

  • kunnen een verminderde werking van de pil tot gevolg hebben;

  • kunnen leiden tot onverwacht bloedverlies.

Hiertoe behoren:

 geneesmiddelen voor de behandeling van:

 epilepsie (bv. primidon, fenytoïne, barbituraten, carbamazepine, oxcarbazepine, topiramaat, felbamaat);

 tuberculose (bv. rifampicine);

 HIV- en Hepatitis C Virus-infecties (zogeheten proteaseremmers en nietnucleoside reversetranscriptaseremmers);

 schimmelinfecties (griseofulvine, azolantimycotica bv itraconazol, voriconazol, fluconazol);

 bacteriële infecties (macrolideantibiotica bv. clarithromycine, erythromycine);

 bepaalde hartaandoeningen, hoge bloeddruk (calciumantagonisten, bv. verapamil, diltiazem);

 artritis, artrose (etoricoxib).

 het kruidenmiddel "sint-janskuid";

 pompelmoessap.

Gaëlle 20 kan ook een invloed hebben op de werking van andere geneesmiddelen, bv.

 cyclosporine (wordt gebruikt om het afweersysteem te onderdrukken),

 lamotrigine (dit kan leiden tot een verhoogd aantal aanvallen),

 theofylline (wordt gebruikt om ademhalingsproblemen te behandelen),

 tizanidine (wordt gebruikt om spierpijn en/of spierkrampen te behandelen).

Samenvatting van het veiligheidsprofiel De meest gemelde bijwerkingen met Gaëlle 20 zijn nausea, abdominale pijn, gewichtstoename, hoofdpijn, depressieve stemming, gemoedswijziging, pijn in de borsten, gevoelige borsten. Deze bijwerkingen komen voor bij ≥ 1% van de gebruiksters. De ernstige bijwerkingen zijn arteriële en veneuze trombo-embolie. Tabel met bijwerkingen Nevenwerkingen die bij gebruiksters van COAC werden gerapporteerd, maar waarvoor het verband noch bevestigd noch weerlegd werd, zijn*: Systeem / orgaanklasse (MedDRA) Vaak (≥ 1/100 à < 1/10) Soms (≥ 1/1 000 à < 1/100) Zelden (≥ 1/10 000 à <1/1 000) Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) Oogaandoeningen Intolerantie voor contactlenzen Bloedvataandoeningen Thrombo-embolie Veneuze tromboembolie, Arteriële tromboembolie** Maagdarmstelselaandoen ingen Nausea, Abdominale pijn Braken, Diarree Immuunsysteemaandoeni ngen Overgevoeligheid Verergering van de symptomen van erfelijk en verworven angio-oedeem. Onderzoeken Gewichtstoename Gewichtsafname Voedings- en stofwisselingsstoornissen Vloeistofretentie Zenuwstelselaandoeninge n Hoofdpijn Migraine Psychische stoornissen Depressieve stemming, Gemoedswijziging Verminderd libido Verhoogd libido Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen Pijn in de borsten, Gevoelige borsten Borsthypertrofie Verlies uit de vagina Verlies uit de tepels Huid- en onderhuidaandoeningen Rash, Urticaria Erythema nodosum, Erythema multiforme *De tabel vermeldt de meest geschikte MedDRA term (versie 12.0) om een bepaalde ongewenst effect te beschrijven. Synoniemen of verwante aandoeningen staan niet in de lijst maar men dient er eveneens rekening mee te houden. ** -Geschatte frequentie uit epidemiologische studies die een groep van gecombineerde orale anticonceptiva omvat. -De termen "veneuze trombo-embolie, arteriële trombo-embolie" vatten de volgende medische termen samen: perifere diepe veneuze occlusie, trombose en embolie / pulmonaire vasculaire occlusie, trombose, embolie en infarct / myocardinfarct / cerebraal infarct en beroerte die niet gespecifieerd is als hemorragisch. Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Er is een verhoogd risico waargenomen op arteriële en veneuze trombotische en tromboembolische voorvallen, waaronder myocardinfarct, beroerte, transiënte ischemische aanvallen, veneuze trombose en longembolie bij vrouwen die gecombineerde hormonale anticonceptiva gebruikten. Hier wordt in rubriek 4.4 dieper op ingegaan. De bijwerkingen met een zeer lage frequentie of met vertraagde aanvang van de symptomen en die beschouwd worden als gerelateerd aan de groep van gecombineerde orale anticonceptiva, worden hieronder weergegeven (zie ook rubrieken 4.3 en 4.4): Tumoren  De frequentie van diagnose van borstkanker is iets hoger bij pilgebruiksters. Aangezien borstkanker zelden voorkomt bij vrouwen jonger dan 40 jaar, is de stijging gering ten opzichte van het algemene risico op borstkanker. Het is onbekend of de combinatiepil dit veroorzaakt.  Levertumoren (benigne en maligne) Andere aandoeningen  Vrouwen met hypertriglyceridemie (toegenomen risico op pancreatitis bij gebruik van COAC).  Hypertensie  Het optreden of verslechteren van aandoeningen waarvoor geen eenduidig bewijs is dat er een verband bestaat met het gebruik van COAC: aan cholestase gerelateerde geelzucht en/of pruritus; vorming van galstenen; porfyrie; systemische lupus erythematodes; hemolytisch uremisch syndroom; chorea van Sydenham; herpes gestationis; aan otosclerose gerelateerd gehoorverlies, cervix carcinoom.  Leverfunctiestoornissen  Veranderingen in de glucosetolerantie of effect op de perifere insulineresistentie.  Ziekte van Crohn, colitis ulcerosa.  Chloasma

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U mag dit middel niet gebruiken als u een van de hieronder vermelde aandoeningen heeft. Als u een of meer van de hieronder vermelde aandoeningen heeft, vertel dit dan aan uw arts. Uw arts zal met u bespreken welke andere vorm van anticonceptie geschikter is voor u.

 U heeft een bloedstolsel in een bloedvat van de benen (diepe veneuze trombose, DVT), de longen (longembolie, PE) of een ander orgaan, of u heeft dit in het verleden gehad.

 U weet dat u een stoornis heeft die uw bloedstolling beïnvloedt – bijvoorbeeld proteïne C-deficiëntie, proteïne S-deficiëntie, antitrombine-III-deficiëntie, factor V-Leiden of antistoffen tegen fosfolipiden.

 U moet worden geopereerd of u bent gedurende lange tijd niet op de been (zie rubriek Bloedstolsels (trombose)).

 U heeft ooit een hartaanval of beroerte gehad.

 U heeft angina pectoris (een aandoening die hevige pijn in de borst veroorzaakt en een eerste verschijnsel van een hartaanval kan zijn) of een transiënte ischemische aanval (TIA – voorbijgaande symptomen van een beroerte), of u heeft dit ooit gehad.

 U heeft een van de volgende ziektes, die het risico op een bloedstolsel in uw slagaders kunnen verhogen:

 ernstige diabetes met beschadiging van bloedvaten

 ernstig verhoogde bloeddruk

 een ernstig verhoogd vetgehalte in uw bloed (cholesterol of triglyceriden)

 een aandoening die hyperhomocysteïnemie wordt genoemd

 U heeft een type migraine dat "migraine met aura" wordt genoemd, of u heeft dit gehad.

 U heeft geelzucht (geel worden van de huid) of een ernstige leveraandoening.

 U heeft een gezwel (goedaardig of kwaadaardig) van de lever of u heeft dit gehad.

 U heeft borstkanker of kanker van de geslachtsorganen of u heeft dit gehad.

 U heeft bloedingen uit de vagina, waarvan de oorzaak niet is vastgesteld.

 U bent zwanger, of denkt dat u zwanger zou kunnen zijn.

 U bent allergisch voor een van de stoffen in dit middel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.

Gebruik Gaëlle 20 niet waneer u hepatitis C heeft en geneesmiddelen inneemt die ombitasvir/paritaprevir/ritonavir en dasabuvir, glecaprevir/pibrentasvir of sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir bevatten (zie ook rubriek "Gebruikt u nog andere middelen?").

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zie ook Rubrieken "Hoe beginnen met Gaëlle 20 en 4.3. Contra-indicaties. Zwangerschap Gaëlle 20 is niet geïndiceerd tijdens de zwangerschap. Wanneer zwangerschap optreedt tijdens de behandeling met Gaëlle 20, dan moet men stoppen met het verder innemen. Uitgebreide epidemiologische studies hebben evenwel noch een toegenomen risico voor aangeboren afwijkingen aangetoond bij kinderen wier moeders vóór de zwangerschap COAC hadden gebruikt, noch een teratogeen effect wanneer de COAC tijdens de vroege zwangerschap onbedoeld waren gebruikt. Er moet rekening gehouden worden met het verhoogde risico op VTE in de periode na de bevalling wanneer het gebruik van Gaëlle 20 hervat wordt (zie rubrieken 4.2 en 4.4). Borstvoeding De lactatie kan worden beïnvloed door COAC omdat zij de hoeveelheid moedermelk kunnen verminderen en zijn samenstelling kunnen wijzigen . Daarom wordt het gebruik van een COAC in het algemeen niet aangeraden voordat de zogende moeder haar kind volledig heeft gespeend. Kleine hoeveelheden van de anticonceptieve steroïden en/of hun metabolieten kunnen met de melk worden uitgescheiden.

Dosering

  • De tabletten elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip innemen, in de volgorde die op de verpakking staat aangegeven.
    • Bij voorkeur na de avondmaaltijd of voor het slapengaan.
  • 1 tablet/dag innemen gedurende 21 opeenvolgende dagen.
  • De volgende strip beginnen na een interval van 7 dagen zonder tabletten.

Eerste gebruik

ZONDER EERDER GEBRUIK VAN HORMONALE ANTICONCEPTIE IN DE AFGELOPEN MAAND

  • Op de eerste dag de maandstonden.
    • Doeltreffende contraceptie vanaf de eerste dag van de behandeling.
  • Indien niet wordt gestart voor de vijfde dag van de maandstonden:
    • rekening houden met een verminderde doeltreffendheid van het contraceptivum en met de mogelijkheid van ovulatie en conceptie op dat ogenblik.

    BIJ HET VERVANGEN VAN EEN ANDERE ANTICONCEPTIEPIL

    • Starten op de eerste bloedingsdag.
    • Indien er meer dan 7 dagen verstreken zijn sedert de inname van de laatste pil van het vorige contraceptivum:
    • rekening te houden met een verminderde doeltreffendheid en met de mogelijkheid van ovulatie en risico van conceptie.

    GEBRUIK POSTPARTUM OF POSTABORTUM

    • Na een bevalling of een abortus in het tweede trimester:
    • Contraceptie mag slechts hernomen worden vanaf de 28e dag postpartum of postabortum (vanwege risico op trombo-embolische accidenten).

    - Eerste 7 dagen: een bijkomende niet hormonale contraceptieve methode gebruiken.

    • Een abortus in het eerste trimester:
    • Contraceptie mag onmiddellijk hernomen worden.

    Bij het vergeten innemen

    MINDER DAN 12 UUR

    • De gemiste tablet onmiddelijk innemen en de overblijvende tabletten op het gebruikelijke tijdstip innemen.

    LANGER DAN 12 UUR OF > 1 TABLET VERGETEN

    • De gemiste tablet onmiddelijk innemen ook als dat betekent dat er 2 tabletten op dezelfde dag moeten worden ingenomen.
    • Vervolgens tabletten verder innemen op het gebruikelijke tijdstip.
    • Gedurende 7 dagen bijkomende niet hormonale contraceptieve maatregelen.
    • Als er minder dan 7 dagen over zijn in de huidige verpakking:
    • Met de volgende verpakking doorgaan tot deze verpakking leeg is, zonder tabletvrij interval.
    • Als er geen dervingbloeding optreedt na beëindiging van de tweede strip: eerst mogelijkheid van een zwangerschap uitsluiten.

    Gastro-intestinale klachten

    • Bij braken of diarree tijdens of kort na de inname van een tablet:
    • De contraceptieve betrouwbaarheid kan in gedrang komen.
    • Het innemen van de tabletten dient te worden voortgezet tot heteinde van de strip ten einde een vroegtijdige dervingsbloeding te vermijden.
  • Wanneer de toestand die de doeltreffendheid van het contraceptivum in het gedrang brengt lange tijd aanhoudt:
    • andere contraceptieve methoden overwegen.
CNK 3532868
Organisaties Ceres Pharma
Merken Mithra
Breedte 73 mm
Lengte 112 mm
Diepte 43 mm
Hoeveelheid verpakking 13
Actieve ingrediënten ethinylestradiol, gestodeen
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)