Advocate Spot On Opl Kleine Hond <4kg Pipet 21
Op voorschrift
Geneesmiddel

Advocate Spot On Opl Kleine Hond <4kg Pipet 21

  € 205,50
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

  1. Speciale waarschuwingen Speciale waarschuwingen: De werkzaamheid van het diergeneesmiddel werd niet getest bij fretten van meer dan 2 kg, en daarom zou de duur van het effect korter kunnen zijn bij deze dieren. Kortstondig contact van het dier met water bij één of twee gelegenheden tussen de maandelijkse behandelingen in zal waarschijnlijk de effectiviteit van het diergeneesmiddel niet verminderen. Echter, frequent shampooën of het onderdompelen van het dier in water na de behandeling kan de effectiviteit van het diergeneesmiddel verminderen. Onnodig gebruik van antiparasitica of gebruik dat afwijkt van de instructies in de bijsluiter kan de selectiedruk van resistentie verhogen en kan leiden tot verminderde werkzaamheid. De beslissing om het diergeneesmiddel te gebruiken moet gebaseerd zijn op bevestiging van de parasitaire soort en belasting, of van het risico op besmetting op basis van epidemiologische kenmerken, voor elk individueel dier. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat andere dieren in hetzelfde gezin een bron kunnen zijn van herinfectie met vlooien, mijten, maagdarmwormen, hartworm en/of longworm, en deze moeten indien nodig worden behandeld met een geschikt product.

Voor katten die lijden aan, of risico lopen op, gemengde parasitaire infecties. Het diergeneesmiddel is enkel aangewezen bij gebruik tegen vlooien en als een of meerdere andere parasieten op hetzelfde moment aanwezig zijn: • de behandeling en preventie van vlooienbesmetting (Ctenocephalides felis), • de behandeling van oormijtinfestatie (Otodectes cynotis), • de behandeling van notoedrische schurft (Notoedres cati), • de behandeling van de longworm Eucoleus aerophilus (syn. Capillaria aerophila) (volwassen stadia), • de preventie van longworminfecties (L3/L4 larven van Aelurostrongylus abstrusus), • de behandeling van de longworm Aelurostrongylus abstrusus (volwassen stadia), • de behandeling van de longworm Troglostrongylus brevior (volwassen stadia), • de behandeling van de oogworm Thelazia callipaeda (volwassen stadia), • de preventie van hartworm (L3 en L4 larven van Dirofilaria immitis), • de behandeling van infecties met gastro-intestinale nematoden (L4 larven, onvolgroeide en volwassen stadia van Toxocara cati (rondworm) en Ancylostoma tubaeforme (haakworm). Het diergeneesmiddel kan worden gebruikt als onderdeel van een behandelingsstrategie tegen door vlooien veroorzaakte allergische dermatitis (FAD).

Voor fretten die lijden aan, of risico lopen op, gemengde parasitaire infecties. Het diergeneesmiddel is enkel aangewezen bij gebruik tegen vlooien en ter preventie van hartworm als deze op hetzelfde moment aanwezig zijn: • de behandelingen preventie van vlooienbesmetting (Ctenocephalides felis), • de preventie van hartworm (L3 en L4 larven van Dirofilaria immitis).

3.8 Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Gedurende de behandeling met het diergeneesmiddel mogen geen andere antiparasitaire macrocyclische lactonen toegediend worden. Er werden geen interacties waargenomen tussen het diergeneesmiddel en routinematig gebruikte diergeneesmiddelen dan wel medische of chirurgische procedures. De veiligheid van het diergeneesmiddel bij toediening op dezelfde dag als een adulticide ter bestrijding van volwassen hartwormen is niet geëvalueerd.

7. Bijwerkingen Katten en fretten: Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Vettige vacht1 Braken1 Overgevoeligheidsreactie (lokaal) Erytheem1 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Gedragsveranderingen (bijv. agitatie)2 Hypersalivatie3,4 Neurologische verschijnselen3 Jeuk5 Gebrek aan eetlust2 , Sloomheid2 1 De verschijnselen verdwijnen zonder verdere behandeling. 2 Van voorbijgaande aard en gerelateerd aan sensatie op de toedieningsplaats. 3 Wanneer het dier de toedieningsplaats likt onmiddellijk na behandeling, meestal van voorbijgaande aard. 4 Dit is geen verschijnsel van intoxicatie en verdwijnt na enige minuten zonder behandeling. Correct gebruik minimaliseert de mogelijkheid voor het dier om de toedieningsplaats te likken. 5 In katten, van voorbijgaande aard. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: {gegevens van het nationale systeem} 7. Bijwerkingen Honden: Vaak (1 tot 10 dieren/100 behandelde dieren): Diarree1 , Braken1 Hoesten1 , Dyspneu1 , Tachypneu1 Gebrek aan eetlust1 , Sloomheid1 Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Braken1 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Vettige vacht2 , Haaruitval op de toedieningsplaats2 , Jeuk op de toedieningsplaats2 , Roodheid op de toedieningsplaats2 Gedragsveranderingen (bijv. agitatie)3 Hypersalivatie4 Neurologische verschijnselen (bijv. ataxie, spiertremoren)5 Jeuk Gebrek aan eetlust3 , Sloomheid3 1 Deze verschijnselen komen vaak voor in honden positief voor hartworm met microfilaraemia, en er is een risico op gastro-intestinale verschijnselen en ernstige respiratoire verschijnselen die een snelle veterinaire behandeling kunnen vereisen. 2 Deze verschijnselen verdwijnen zonder verdere behandeling. 3 Van voorbijgaande aard en gerelateerd aan sensatie op de toedieningsplaats. 4 Dit is geen verschijnsel van intoxicatie en verdwijnt na enige minuten zonder behandeling. Correct gebruik minimaliseert de mogelijkheid voor het dier de toedieningsplaats te likken. 5 De meeste neurologische verschijnselen zijn van voorbijgaande aard. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: {gegevens van het nationale systeem}

3.3 Contra-indicaties Niet gebruiken bij kittens jonger dan 9 weken. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor de werkzame bestanddelen of één van de hulpstoffen. Bij fretten: Advocate voor grote katten (0,8 ml) of Advocate voor honden (alle sterktes) niet gebruiken. Niet gebruiken bij honden. In plaats daarvan, het corresponderende diergeneesmiddel 'Advocate voor honden', dat 100 mg/ml imidacloprid en 25 mg/ml moxidectine bevat, gebruiken bij honden. Niet gebruiken bij kanaries.

3.7 Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht of lactatie bij de doeldiersoorten. Dracht en lactatie: Het gebruik wordt afgeraden tijdens de dracht en lactatie. Vruchtbaarheid: Niet gebruiken bij fokdieren.

Uitwendig gebruik.

Om een juiste dosering te waarborgen dient het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk bepaald te worden.

Doseringsschema bij katten:

De aanbevolen minimumdosis bedraagt 10 mg/kg lichaamsgewicht imidacloprid en 1,0 mg/kg lichaamsgewicht moxidectine, equivalent aan 0,1 ml/kg lichaamsgewicht van het diergeneesmiddel.

Voor de behandeling of preventie van infestaties met parasieten waarvoor dit diergeneesmiddel bedoeld is, dient het gebruik en de frequentie van herbehandeling te worden gebaseerd op professioneel advies en moet de lokale epidemiologische situatie en de levensstijl van het dier in beschouwing worden genomen.

Gewicht kat [kg] Te gebruiken pipet Volume [ml] Imidacloprid [mg/kg lichaamsgewicht] Moxidectine [mg/kg lichaamsgewicht] ≤ 4 kg Advocate voor kleine katten 0,4 minimaal 10 minimaal 1

4–8 kg Advocate voor grote katten 0,8 10–20 1–2 8 kg de geschikte combinatie van pipetten gebruiken

Vlooienbestrijding en preventie (Ctenocephalides felis) Eén behandeling voorkomt verdere vlooienbesmetting gedurende 4 weken. Aanwezige poppen in de omgeving kunnen nog uitkomen gedurende 6 weken of langer nadat de behandeling werd gestart, afhankelijk van de klimaatcondities. Daarom kan het noodzakelijk zijn om de behandeling van het diergeneesmiddel te combineren met een omgevingsbehandeling teneinde de vlo cyclus in de omgeving te onderbreken. Dit kan resulteren in een snellere afname van de vlooienpopulatie in huis. Het diergeneesmiddel dient maandelijks te worden toegediend wanneer het gebruikt wordt als onderdeel van een behandelingsstrategie tegen door vlooien veroorzaakte allergische dermatitis (FAD).

Behandeling van oormijtinfestatie (Otodectes cynotis) Het diergeneesmiddel dient eenmalig toegediend te worden. Controle door de dierenarts 30 dagen na de behandeling wordt aanbevolen, omdat bij sommige dieren een tweede behandeling nodig kan zijn. Niet direct in het oorkanaal toedienen.

Behandeling van notoedrische schurft (Notoedres cati) Een enkele dosis van het diergeneesmiddel dient te worden toegediend.

Behandeling van de longworm Eucoleus aerophilus (syn. Capillaria aerophila) (volwassen stadia) Een enkele dosis van het diergeneesmiddel dient te worden toegediend.

Preventie van Aelurostrongylus abstrusus Het diergeneesmiddel dient maandelijks te worden toegediend.

Behandeling van Aelurostrongylus abstrusus Het diergeneesmiddel dient maandelijks te worden toegediend gedurende drie opeenvolgende maanden.

Behandeling van Troglostrongylus brevior (volwassen stadia) Het diergeneesmiddel dient maandelijks te worden toegediend gedurende twee opeenvolgende maanden.

Behandeling van de oogworm Thelazia callipaeda (volwassen stadia) Een enkele dosis van het diergeneesmiddel dient te worden toegediend.

Preventie van hartworm (Dirofilaria immitis) Katten die verblijven in regio's endemisch besmet met hartworm of die reisden naar endemische besmette regio's, kunnen geïnfecteerd zijn met volwassen hartworm. Om deze reden dient vóór een behandeling met het diergeneesmiddel het advies in de "Speciale waarschuwingen" rubriek te worden overwogen. Voor de preventie van hartworm dient het diergeneesmiddel iedere maand toegepast te worden gedurende de tijd van het jaar wanneer muggen (de intermediaire gastheer die de hartwormlarve draagt en overbrengt) aanwezig zijn. Het diergeneesmiddel kan het gehele jaar door worden toegediend. De eerste dosis mag gegeven worden na de eerste mogelijke blootstelling aan muggen, maar niet later dan één maand na deze blootstelling. Deze behandeling dient met regelmatige maandelijkse intervallen te worden voortgezet tot één maand na de laatste blootstelling aan muggen. Om een routine te krijgen, is het aanbevolen dat op dezelfde dag of datum van elke maand wordt behandeld. Indien een ander preventief diergeneesmiddel in een hartworm preventieprogramma wordt vervangen, dient de eerste behandeling met het diergeneesmiddel uitgevoerd te worden binnen de maand na de laatste toegediende dosis van het vorig diergeneesmiddel. In niet-endemische regio's is er geen risico voor hartwormbesmetting bij de kat. Daarom kunnen ze behandeld worden zonder speciale voorzorgen.

Behandeling van rondwormen en haakwormen (Toxocara cati en Ancylostoma tubaeforme) In regio's endemisch voor hartworm kunnen de maandelijkse behandelingen het risico op herinfectie door respectievelijk rondwormen en haakwormen significant reduceren. In niet-endemische regio's, kan het diergeneesmiddel worden gebruikt als onderdeel van een seizoensgebonden preventieprogramma tegen vlooien en gastro-intestinale nematoden.

Doseringsschema bij fretten: Een pipet van het diergeneesmiddel voor kleine katten (0,4 ml) zou moeten toegediend worden per dier. De aanbevolen dosis niet overschrijden. Voor de behandeling of preventie van infestaties met parasieten waarvoor dit diergeneesmiddel bedoeld is, dient het gebruik en de frequentie van herbehandeling te worden gebaseerd op professioneel advies en moet de lokale epidemiologische situatie en de levensstijl van het dier in beschouwing worden genomen.

Vlooienbestrijding en preventie (Ctenocephalides felis) Eén behandeling voorkomt verdere vlooienbesmetting gedurende 3 weken. Bij hevige vlooienbesmettingsdruk kan het nodig zijn de toediening na 2 weken te herhalen.

Preventie van hartworm (Dirofilaria immitis) Fretten die verblijven in regio's endemisch besmet met hartworm of die reisden naar endemische besmette regio's, kunnen geïnfecteerd zijn met volwassen hartworm. Om deze reden dient vóór een behandeling met het diergeneesmiddel het advies in de "Speciale waarschuwingen" rubriek te worden overwogen. Voor de preventie van hartworm dient het diergeneesmiddel iedere maand toegepast te worden gedurende de tijd van het jaar wanneer muggen (de intermediaire gastheer die de hartwormlarve draagt en overbrengt) aanwezig zijn. Het diergeneesmiddel kan het gehele jaar door worden toegediend. De eerste dosis mag gegeven worden na de eerste mogelijke blootstelling aan muggen, maar niet later dan één maand na deze blootstelling. Deze behandeling dient met regelmatige maandelijkse intervallen te worden voortgezet tot één maand na de laatste blootstelling aan muggen. In niet-endemische regio's is er geen risico voor hartwormbesmetting bij de fret. Daarom kunnen ze behandeld worden zonder speciale voorzorgen.

Wijze van toediening Uitwendig gebruik. Neem één pipet uit de verpakking. Houd de tube rechtop, draai en verwijder het dopje. Het dopje er omgekeerd weer op plaatsen, draaien om het zegel te verbreken en te verwijderen (zie afbeelding).

Druk de haren op de nek van het dier ter hoogte van de schedelbasis uit elkaar totdat de huid zichtbaar wordt. Plaats de open zijde van de tube op de huid en knijp enkele malen de tube stevig samen om de inhoud direct op de huid aan te brengen. Toediening ter hoogte van de schedelbasis minimaliseert de mogelijkheid voor het dier om het diergeneesmiddel af te likken. Alleen aanbrengen op onbeschadigde huid.

CNK 2457729
Organisaties Elanco Animal Health
Merken Bayer
Breedte 106 mm
Lengte 168 mm
Diepte 91 mm
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)